Aan de Gentenaars overleden in de Vrijstaat Kongo

Op het einde van het Zuidpark in Gent, verscholen achter hagen en bomen staan 2 monumenten. Het ene stelt Leopold II voor met als opschrift “Aan de stad Gent, de Int Jaarbeurs der Vlaanderen, 10de Verjaring 1955”. Het andere is een horizontale stervormige steen met tussen de armen namen en data. Het opschrift luidt “Aan de Gentenaars overleden in Kongo voor 1908- Au Gantois morts au Congo avant 1908”

In 1955 was het thema van de Internationale Jaarbeurs van Gent “De valorisatie van de arbeid in Afrika, internationale Afrikaanse studiedagen”. Naast het 125-jarig bestaan van België, is dit de aanleiding geweest tot het oprichten van het monument voor Leopold II in de nabijheid van de stervormige gedenksteen die sinds 1936 bestond. Laat ons niet vergeten dat op dat ogenblik Belgisch Kongo in volle bloei was en de onafhankelijkheid met zijn dramatische gevolgen pas 5 jaar later plaats vond. De kritiek ten opzichte van de vorst, zoals nu gekend, kwam toen niet ter sprake. De inhuldiging (zie bijlage 1) ging gepaard met heel wat vertoon.

In 1936 werd de stervormige gedenksteen onthuld. Het dagblad de Gentenaar van 29 juni 1936 geeft ons hierover uitgebreid verslag. In feite had de onthulling een jaar eerder moeten gebeuren maar het overlijden van Koningin Astrid heeft het feest geschrapt. Heel wat oudgedienden uit de kolonie waren aanwezig samen met heel wat prominenten, als burgemeester Vander Stegen, minister van koloniën Rubbens, een goede vriend van Sir Henri Morton Stanley de heer Louis Valcke, etc… De promotor van het monument was Graaf Henri de Hemptinne, de beeldhouwer was de bouwkundige Maurice Fetu. Het werd een groot feest dat in het stadhuis begon, een stoet vormde tot aan het monument, daarna redevoeringen en het eindigde in het Posthotel waar menige heildronken klonken…

Kongo, een gebied 80 maal zo groot als België, was halfweg de 19de eeuw “Terra Incognita”. Slechts enkele ontdekkingsreizigers hadden de randgebieden doorkruist. Rond 1875 deed de eerste mens een tocht van oost naar west. Zijn ervaring deelde hij mee aan Europese regeringen. De grootmachten Engeland, Frankrijk en Duitsland wilden elk het rijk gebied onder hun macht hebben want men wist dat de bodem vol rijkdom zat. Als twee honden voor een been vechten, loopt een derde er mee heen: Leopold II, koning der Belgen. Via de conferentie van Berlijn was de vorst er in geslaagd dit gebied tot zijn persoonlijk bezit te maken. Kongo kwam in 1908 in handen van de Belgische regering en werd dus de voormalige Belgisch kolonie dat in 1960 de Democratische Republiek Kongo werd.

Tot 1908 was de Vrijstaat Kongo (VSK) de persoonlijke eigendom van koning Leopold II. Het akkoord van Berlijn meldde dat iedereen vrij was om dit gebied handel te drijven mits toelating van de vorst die een deel van de winst mocht incasseren. Vrij snel kwamen allerlei vrijbuiters het gebied binnen om zich te verrijken. Hoewel heel wat avonturiers uit alle landen van Europa kwamen was het grootste deel afkomstig uit België Er werden ontoelaatbare praktijken toegepast en om de zaak onder controle te houden werd een administratie, rechtbanken en een leger opgericht. Naast de avonturiers controleren, werd ook de slavernij uit Arabische landen uitgeroeid.

Vele militairen werden aangetrokken om dienst te nemen in Force Publique(FP). Meestal promoveerden ze naar een hogere rang, onderofficier of officier, want de soldaten werden gerekruteerd uit de plaatselijke bevolking. Daar Leopold II alles zelf moest bekostigen werden vele militairen gedetacheerd naar het Militair Cartografisch Instituut met als officiële opdracht in Afrika metingen te doen.

Naast de militairen werd een administratie opgericht om de belastingen te innen voor de koning en voor de VSK. Heel wat agronomen werden aangetrokken om de landbouw naar Europese normen uit te bouwen en wetenschapsmensen om de bodemschatten te zoeken. Daarnaast kwamen de ingenieurs om spoorwegen aan te leggen. Katholiek België stuurde zijn missionarissen en zusters om zieltjes te winnen en zieken te verzorgen. Engeland stuurde zijn dominees.

Met honderden trokken ze zo via Antwerpen per boot naar Afrika waar ze een maand later toekwamen. Voor de militairen wachtte een strijd met inlanders en Arabieren waarbij velen het leven lieten in de strijd. Maar ook voor de burgers was het leven risicovol. De onbekende ziekten sloegen toe. Tussen 1881 en 1908 kwamen ongeveer 1500 Europeanen om het leven. 1245 ten gevolge van ziekten. Malaria en bilharziose toen gekend als hematurie waren de grootste oorzaken. Velen werden zo snel mogelijk terug naar Europa gebracht voor verzorging maar de grote afstanden en de lange reis werden voor velen fataal. De ruwe omstandigheden zorgden ervoor dat vele ongevallen gebeurden. Samen met zonneslagen waren ze fataal voor 75 mensen. Bij de schermutselingen met Arabieren en inlanders vielen 85 militairen terwijl een 60-tal mensen vermoord werden. Men maakt ook melding van talrijke zelfmoorden. De eenzaamheid zal hier wel zijn bron vinden maar het was ook een middel om een zeker lijden in te korten.

Uit Gent vertrokken ook vele jongeren. Hoeveel weten we (voorlopig) niet maar we weten wel dat 66 van hen niet terugkwamen. We proberen dus deze dappere mannen uit de anonimiteit te brengen door foto’s op te zoeken, hun diensten te kennen, de streek waar ze leefden en hun doodsoorzaak te bepalen. Van de meesten onder hen zijn details te vinden in de verschillende biografieën die geschreven werden in de jaren 1912, 1932 en 1948. In die jaren werd ook een poging gedaan om via familieleden foto’s te krijgen maar dat lukte niet voor allen. Slechts één van hen heeft geen biografie nl de Pelichy.

Tussen de armen van de ster staan namen. We hebben deze hieronder per beeld genoteerd. Naast de naam en voornaam staat de datum van overlijden en geboorte (voor zover gekend).

 

De Leu

Albert Louis

25 jan 1881

23 juni 1852

Typhus

Tabora

Officier FP

Van de Velde

Joseph Paul

22 mei 1882

5 jan 1855

Malaria

Vivi

Officier FP

Greasley

Georges Benoit

22 mei 1886

15 feb 1860

Dysenterie

Boma

Ambtenaar

Van de Velde

Lieven Jean

7 feb 1888

1 dec 1850

Malaria

Leo

Officier FP

Gondry

Henri 

18 mei 1889

9 feb 1845

Hart

Boma

Staatsinspecteur

Bracq

Arthur

21 sept 1890

25 jan 1864

Ziekte

Leo

Scheutist

Van Herrewege

14 juli 1890

15 maart 1878

N'Saka

Agent "Comptoir Commercial"

Crouquet

Celestin

19 mei 1891

12 apr 1871

Malaria

Muene-Dinga

Officier FP

Posse

24 maart 1891

Ganghila

Gérant Société

Bruggeman

Jean Antoine

11 nov 1892

30 aug 1858

ongeval

Matadi

Mecanieker Spoor

Desmed(t)

Jean-Baptiste

15 mei 1892

19 dec 1853

gesneuveld

Riba-Riba

Agent commercial

Mussche

Alphonse

10mei 1892

2 dfeb 1865

Malaria

Yango

wetensch


Delmotte

Louis Henri

9 dec 1893

3 maart 1870

Vermoord

Momensi

O/officier FP

Goetgeluck

17 dec 1894

Coquilhatstad

O/officier FP

Lefebure

25 maart 1894

Matadi

Hotel

Loose

21 jan 1894

Boma

Bediende

Langerock

Albert

18 aug 1895

19 nov 1873

gesneuveld

Gandu

O/officier FP

Pardoen

Armand Jules

27 nov 1895

22 juli 1872

Malaria

Matadi

Ambtenaar

Puls

Edgard Paul

19 apr 1895

9 feb 1866

Malaria

Mopole

Officier FP

De Schietere

Léonce Georges

13 okt 1896

1 nov 1873

Dysenterie

Leo

Officier FP

Goethals

Ludovic Noel

4 apr1896

25 dec 1873

Malaria of Bilharsiose

Nouvelle Anvers

Agronoom

Lebègue

Arthur Eloi

15 mei 1896

29 jan 1872

Malaria

Djabir

O/officier FP

Van der straeten (Baron)

Henri Louis

20 sept 1896

26 jan 1870

Ziekte

Stanley-falls

O/officier FP

Van Veerdeghem

Hippolyte

13 mei 1896

8 nov 1867

Dysenterie

Irebu

Ambtenaar


Tagon

Julien Auguste

14 feb 1897

4 dec 1871

Vermoord

Mongwa

O/officier FP

Donckier de Donceel

Xavier Ernest

26 juli 1898

18 juli 1871

Malaria

Andemobe

Officier FP

Dua

Arthur Achille

21 sept 1898

2 dec 1874

Malaria

Lusambo

O/officier FP

Van Bouchaute

Leon Ferdinand

30 dec 1898

22 aug 1871

Dysenterie

Coquilhatstad

O/officier FP

Waem

26 nov 1898

Boma

Sous-Intendant

De Hollogne

17 dec 1899

Bolobo

Ambtenaar

Simon

6 maart 1899

Ikengo

Ambtenaar

Welsch

Alfred Jean

21 feb 1899

15 jan 1875

Malaria

Uere

Ambtenaar

De Ridder

17 apr 1900

Faradje

Agent "Générale Afriquaine"

Debeucker

JFL

20 juni 1900

Lisala

Agent "Générale Afriquaine"

Deraeve

21 juli 1900

Dobo

Agent "Commerciale Anversoise"

Vandenbosshe

Achille François

18 juni 1900

6 feb 1876

Malaria of Bilharsiose

N'Gali

commercant

Verheye

7 dec 1900

Thisundi

Agent "Agriculture Plantation Congo"


Bouffioux

12 janu 1901

Lukafu

O/officier FP

Lanckman

12 feb 1901

Scierie du Chenal

Telegrafie

Lys C

22 mei 1901

Mayenga

Agent "Plantation Lukula"

Roels

26 maart 1901

Kero

O/officier FP

Vandenheuvel

Georges Marie

1 juli 1901

24 jan 1870

Ziekte

Coquilhatstad

Agronoom

Vanderstuyft

16 dec 1901

Bumba

Ambtenaar

Claeys

1 aug 1902

La Tafari

O/officier FP

Kimpe

Oscar

8 9 1902

24 juli 1881

Vermoord

Djabir

O/officier FP

Lys

14/07/1902

Boma

Agronoom "Plantation Lukula"

Tertzweil

14 feb 1902

Chutes François-Joseph

Sous-Intendant

Vander Haeghen

27 juli 1907

Chutes François-Joseph

O/officier FP

Descamps

Emile Gaspard

8 okt 1903

19 mei 1862

Malaria of Bilharsiose

Dufile

Officier FP

Slimbroeck

Léon Louis

14/11/1903

28 sept 1877

Ziekte

Libenge

O/Officier FP

Van Houcke

25/09/1903

Libute

Agent "Anv Commerce Congo"

Wolters

Max

23 apr 1903

15 juli 1867

Malaria of Bilharsiose

Moanda

Scheutist


De Pelichy

Edouard

8/09/1904

14 apr 1879

Tanganika

O-Lt

De Witte

20/07/1904

Basoko

Ambtenaar

Dooms

Auguste

2 mei 1904

17 dec 1879

Ongeval

Bali

O/officier FP

Vandewynckel

20 okt 1904

Irebu

Ambtenaar

Wtterwulghe

Georges François

8 mei 1904

24 dec 1871

onbekend

Yei

Officier FP

Bluysen

Emile Hilaire

4 april 1905

20 juli 1879

Dysenterie

Lisala

Cmdt FP

Huysman

Alfred 

17 maart 1905

12 juni 1873

Malaria

Lusambo

Scheutist

Wtterwulghe

Fernand Charles

8/11/1906

16 dec 1880

Dysenterie

Faradje

S/Officier FP

Latour

11 dec 1907

Kingoi

O/officier FP

Van Melle

20 mei 1907

Lireko

Ambtenaar

De Cock

22 mei 1908

Simba

Ambtenaar

Loys

Léon Bernard

23 apr 1908

17 jun 1883

Malaria of Bilharsiose

Biondo

O/officier FP

Rousseau

22/01/1908

Kassombo

Agent "Comptoir Commercial »

Van Caneghem

9 apr 1908

Gombe

Kadaster


 

 

 

Bronnen

·        René LYR , Nos Héros morts pour la patrie, 1920, ed E. Van Der Elst, Bib Ugent

·        G. Blanchart & cie, Le rail au Congo Belge, Tome I 1890-1920, 1993, Bib UGent

·        Fritz MASOIN, Histoire de l’Etat Indépendant du Congo (I en II), 1912,  bib UGent

·        Guy Vanthemsche, Congo , 2008, Ed Lannoo

·        A-B Ergo, Congo Belge La colonie assassinée, 2008, ed L’Harmattan

·        A-B Ergo, Des Bâtisseurs aux contempleurs du Congo Belge, ,2005, ed L’Harmattan

·        Biographie coloniale belge 1948 - 1958 Koninklijk Belgisch koloniaal instituut, Bib UGent

·        Edouard Janssens,Les Belges au Congo, 1911, ed Van Hille-De Backer, Bib UGent

·        Koninklijk Legermuseum, Brussel

·        Afrikaans Archief van het Ministerie van Buitenlandse Zakens, rue des Petits Carmes 15, 1000 Bruxelles

·        A nos héros coloniaux, 1931, bib UGent

·        René Jules Cornet, La bataille du rail, ed L Cuypers, 1947


 

Biografieën.

Uit de volgende boeken werd informatie verzameld betreffende de levensloop van verschillende Gentenaars.

·        Biographie coloniale belge 1948 - 1958 Koninklijk Belgisch koloniaal instituut, Bib UGent

·        Edouard Janssens,Les Belges au Congo, 1911, ed Van Hille-De Backer, Bib UGent

·        A nos héros coloniaux, 1931, bib UGent

Ontbrekende geboortedata en plaatsen kwamen uit het Rijksarchief in Beveren.

De gegevens over de Pelichy zijn afkomstig uit briefwisseling met de familie de Hemptinne waarvoor onze dank.

Uit het archief van Buitenlandse Zakens zijn gegevens overgenomen over personen die in dienst van de staat werkten.

Van een tiental Gentenaars overleden in de Vrijstaat Kongo vóór 1908 zijn praktisch geen details gekend omdat ze als privé ondernemer naar ginder vertrokken. Het betreft de heren Lys CM, Lys LL, Posse JL, Rousseau, Van Houcke  GC, , Vandenheuvel Georges Marie, Vander Haeghen HM, Vandewynckel Emile Jean, Verheye F en Waem LC

Opmerking

Tijdens het onderzoek naar gegevens vielen verschillende zaken op. Bij het lezen van de dossiers in het archief van Buitenlandse zaken viel op dat een groot deel van de mensen die naar Afrika vertrokken wezen waren. Weinig waren getrouwd. De wedde van ambtenaren begon praktisch altijd aan 1500 Bf wat een drievoud was van een arbeiderloon.


Bluysen Emile Hilaire

Geboren in Sint Amandsberg op 20 juli 1879, Overleden in Lisala op 4 april 1905.

Gewezen onderofficier van de Carabiniers. Vertrok op 16 september 1900 als eerste sergeant van de FP; Doorbrengt een eerste term in het district UELE onder het gezag van staatsinspecteur Hanolet en is verbonden aan de post van Dufile waar hij het slachtoffer is van een ontploffing waarbij zijn rechterhand verbrijzeld wordt en geamputeerd op de plaats van het gebeuren.

Na enkele maanden rust in Europa neemt Bluysen opnieuw dienst op 25 augustus 1904 als commandant van FP in Gali (Mongala). Hij overlijdt op 4 april 1905 ten gevolge van dysenterie in het kamp van Lisala. Gedecoreerd met de Ster van Dienst.

Bouffioux Victor

Geboren in Gent, zoon van Joseph en Emilie De Scheemacher op 25 juli 1876. Hij nam dienst bij het 4de Lanciers op 27 augustus 1892 waar hij de graad van brigadier kreeg op 19 oktober 1894. Op 1 november 1899 neemt hij de boot SS Bruxellesville in Antwerpen naar Boma. Daar vertrekt hij op 7 december naar de Oostprovincie. Hij overlijdt in Lukafu op 12 januari 1901 ten gevolge van hematurische koorts als onderofficier bij FP.

Dossier 3076 , Afrikaans Archief bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Bracq Joseph Arthur

Een 1ste biografie vertelt ons het volgende.

Missionaris van de Congregatie van Scheut, geboren in Gent op 25 januari 1864 en overleden in Leopoldstad op 21 september 1890.

Hij vertrok naar Kongo op 6 juni 1890 en ontscheepte op 10 juli in Banana. Zoals veel priesters uit de diocese van Gent die hun diensten aanboden ten tijde van oprichting van de spoorweg, die het leven zou kosten aan honderden arbeiders, bracht Bracq al zijn enthousiasme. Hij werd aan de missie van Leopoldstad toegewezen. Amper 3 maanden na zijn aankomst overleed aan ziekte.

Een 2de biografie uit 1966 vermeldt meer details en ook andere data.

Zoon van Odilon en Van der Eecken Aline. Tot priester gewijd in Gent op 4 juni 1887 en tot diaken genoemd in Astene op 19 september van hetzelfde jaar. Vervoegde de Scheutiste  op 2 december 1888. Hij vertrok naar Kongo op 6 juli 1890 vanuit Bordeaux aan boord van de Ville de Maranháo om op 15 augustus in Boma te ontschepen. Toegewezen aan de missie Heilige Maria ten Berge (Kwamouth), neemt hij de karavaanweg van Matadi naar Leopoldstad samen met E.H. De Wilde en de heer Bourdeaud’huy, lekenhulp. Slachtoffer van een zonneslag slaagt hij er nog in Leopoldstad te bereiken op 20 september waar hij kwart over middernacht overlijdt. Hij was het eerste slachtoffer van de missionarissen van Scheut in Kongo.

Opmerkingen:

 

Bruggeman Jean-Antoine 

 

Mechanieker bij de CCFC (Compagnie du Chemin de Fer du Congo). Geboren in Gent op 30 augustus 1858, overleden in Matadi op 11 november 1892.

Machinist van beroep nam hij dienst bij de CCFC en vertrok naar Afrika op 21 augustus 1890. Hij nam meteen deel aan de werken van het spoor om de rotswand van Palabala aan te pakken. Het blanke personeel was zeer vermoeid door de hitte, vermoeidheid en koortsen. In 1892 is Bruggeman op het einde van zijn krachten. Niettemin wou hij volhouden om de nood aan machinisten te verhelpen en ingenieur Espanet zag met angst zijn gekwalificeerd personeel steeds meer in aantal verminderen. Op 11 november gebeurde een nieuwe catastrofe. Bruggeman, die een diensttrein bestuurde die van Palabala kwam, kwam in een scherpe bocht in botsing met een wagon geladen met dynamiet op km 3 bij de Ravin Leopold. Een enorme ontploffing vernietigde het spoor en de berm, hierbij veel slachtoffers makende. Er waren veel gekwetsten en onder de doden waren  de toezichter Hilger van de SAB Lejeune, 10 zwarte arbeiders en de arme Bruggeman die totaal verhakkelt werd teruggevonden.

Opmerking:

De stad Matadi is gescheiden van de rivier Mpozo langs waar het spoor verder moest, door een steile rotswand. Langs deze rotswand moest 25 m boven de stroom een stuk uit de berg gekapt worden om de spoorweg aan te leggen. Van de negen jaar die verbinding tussen Matadi en Leopoldstad (400km) vergde waren er 3 nodig voor de eerste 25km.

Claeys Remi Adolphe

Geboren in gent op 3 augustus 1879 als zoon van Henri en Rosalie Mestdag.

Op 23 oktober 1895 neemt hij dienst bij de 2de Jagers te Paard tot mei 1898. Hij vertrekt met de SS Leopoldville uit Antwerpen op 1 oktober 1900 als sergeant bij de Force Publique. Hij bereikt de enclave van Lado op 20 maart 1901. Op het einde van dat jaar is hij in Kero en in februari 1902 promoveert hij tot 1ste sergeant. Hij gaat op zending naar La Taffari op 2juli maar hij overlijdt er op 1 augustus 1902.

Uit zijn dossier nr 3492 in het Afrikaans Archief bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken vernemen we dat zijn broer Henri Claeys, wonende Meulestedesteenweg 66, zijn erfgenaam is.

Crouquet Celestin

Officier van de Force Publique, geboren in Ledeberg op 12 april 1871, overleden in Muene-Dinga op 19 mei 1891. Zoon van Célestin en Marie Friart.

Begon in de pupilleschool van het leger op 11 september 1882. Benoemd tot brigadier bij het 1ste regiment artillerie op 15 augustus 1887, solliciteerde hij het jaar daarop voor de militaire school. Hij promoveerde als onderluitenant bij de 38ste promotie op 5 januari 1890. Hij werd aangeduid voor het 2de Linieregiment. Enkele maanden later besloot hij naar Afrika te vertrekken. Aangeworven als onderluitenant bij de FP in september, vertrok hij vanuit Vlissingen de 3de oktober. Bij zijn aankomst in Boma werd hij naar Lukungu gestuurd om onder het bevel van Dhanis deel te nemen aan de expeditie van Kwango. Hij kwam op 2 april aan in Kingushi op de Kwango dat kapitein Dusart pas gesticht had. Vertrokken naar Muene-Dinga kwam hij er aan met een hevige hematurische koorts. Zijn toestand verergerde zienderoog en elk vervoer was onmogelijk. De arme Crouquet, die pas zijn 20 jaar vierde, overleed op 19 mei.

 

Debeucker JFL

Hij is geboren in Sint Amandsberg en sterft op 20 juni 1900 in Lisala. Net als De Ridder was hij agent voor de “Générale Afriquaine”.

De Cock Albert Petrus

Geboren in Gent op 5 februari 1879 als zoon van Camille en Marie Eza, wonende in de Kortrijksepoortstraat.  Van 1899 tot zijn vertrek naar Afrika was hij bureelbediende bij verschillende handelshuizen.

Op 28 maart 1907 tekent hij een contract als bediende 2de klasse en vertrekt hij naar Maringa-Lopori. Hij overlijdt echter in Simba op 22 mei 1908.

De Hollogne Edouard Jean

Geboren in Gent als zoon van Joseph en Octavie Haemerlink op 6 april 1867. Op 2 februari 1885 neemt hij dienst bij het 3de Linie en verlaat het leger op 2 oktober 1893. Daarna werkt hij als bediende opeenvolgend bij Debueger in Brussel(‘95-‘97), bij Herman in Oostende (’97-’98) en in het Casino van Mons (’98-’99).

Op 1 november 1899 tekent hij voor 3 jaar als bediende 2 klasse en vertrekt uit Antwerpen met de SS Bruxellesville. Eenmaal in Boma wordt hij naar de Oostprovincie gestuurd maar hij overlijdt aan boord van SS Hainaut ter hoogte van Bolobo op 17 december 1899. Hij was dus nog geen maand in Afrika.

Deleu Albert

Geboren in Gent op 23 juni 1852, overleden in Tabora op 25 januari 1881.

Luitenant Bij de Generale Staf van het 2de regiment artillerie.

Lid van de 3de expeditie van de Internationale Afrikaanse Vereniging dat zich op 7 juni 1880 onder leiding van kapitein Ramaeckers naar de Oostkust begeeft.

De Leu is verantwoordelijk voor de karavaan dat de onderdelen van de stoomboot vervoerd. Hij krijgt bevel om het gezag van dokter Van den Heuvel over te nemen in Tabora, waar hij aan tyfus overlijdt ondanks alle goede zorgen.

 

 

Delmotte Louis Henri

Sergeant bij de FP, geboren in Gent op 3 maart 1870, overleden in de omgeving van Momensi, Boven-Uele op 9 december 1893. Zoon van Jan-Baptiste en Verstappen Rosalie.

Neem dienst op 18 februari 1886 bij de 2de Jagers te Voet en wordt er sergeant op 1 januari 1889. Als onderofficier bij de FP tekent hij voor de Vrijstaat Kongo in 1893 en vertrekt op 8 maart voor Afrika. Hij wordt aangeduid voor de expeditie in Hoog-Uele. In september 1893 was hij Mundu waar staatinspecteur Baert zich klaarmaakt om te vertrekken naar Magora en Ganda ten einde Delanghe te vervangen die verplaatst wordt naar de residentie van Semio. Baert verlaat Mundu met Bonvalet, Van Holsbeek, Delmotte en Ray, 200 soldaten eb 250gewapende dragers en komt aan in Magora in oktober. Desondanks het bevel van Baert om ongerelde troepen te ontwapenen hadden deze van Makrakra steeds hun wapens. Op 3 december werd Delmotte, op weg naar Mundu vermoord door zijn eigen dragers in de omgeving van Momensi. Op 8 december bereikte het bericht Magora waar ze voor heel wat emotie zorgde, want men had een grote bewondering voor Delmotte. In de correspondentie van Delanghe leest men: “De jonge Delmotte die van Mundu vertrok een paar dagen terug, vóór mijn terugkomst van de Nijl, is dood, veel spijt nalatende: hij was beloftevol”

 

de Pelichy Edouard Marie

 

Geboren in Gent in de Nieuwenboschstraat op 14 april 1879 als zoon van Baron de Pelichy, burgemeester van Zevergem en Alida de Meulenaere. Hij nam dienst bij het 4de Lanciers op 4 september 1898. Werd kwartiermeester in 1900 en slaagde nadien in de examens voor onderluitenant. Hij overleed op 8 september 1904 aan hematurie, verergerd met geelzucht in de missiepost van de Witte Paters te Kala bij Bismarckburg, thans Kasanga, ten oosten van het Tanganikameer, toen Duitse kolonie.

Opmerking

Van de 66 namen zijn er 65 teruggevonden in de biografieën van personen die naar de Vrijstaat Kongo gingen. Wij vermoeden dat de voorwaarden om opgenomen te worden in de biografieën zeer streng waren en dat de personen in kwestie in Kongo moesten overleden zijn. Edouard de Pelichy, onderluitenant bij de FP, was in dienst op de post van Moliro, in het zuiden van het Tanganika-meer. Toen hij ziek werd stuurde zijn postoverste hem zo snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde hulppost waar hij ondanks goede zorgen overleed, maar deze lag in Duits Oost Afrika. De nicht van Edouard was getrouwd met Raoul de Hemptinne. De promotor van het standbeeld, graaf Henri de Hemptinne, en Raoul waren van dezelfde leeftijd en hadden een gemeenschappelijke overgrootvader.

 

 

De Ridder Victor Johannes

Geboren in Gent op 20 november 1871 als zoon van Johannes en Maria De Leu, wonende in de Bagattenstraat. Hij overlijdt in Faradje op 17 april 1900. Hij was werkzaam als agent voor de “Générale Afriquaine”.

Descamps Emile Gaspard

Officier van de FP, geboren in Gent op 19 mei 1862, overleden in Dufile op 8 oktober 1903. Zoon van Charles en Champon Marie.

Emile Descamps die zijn lagere school beëindigd heeft neemt dienst bij het 1ste Gidsen regiment op 12 mei 1880. Na 2 jaar kwartiermeester, biedt hij zich aan voor het examen om officier te worden. Hij slaagt en muteert als onderluitenant bij het 2de Gidsen regiment. In september 1900 wordt hij bevorderd tot kapitein tweede in bevel, doet dienst als adjunct-majoor vanaf 25 maart 1901. Het jaar daarop biedt hij zijn diensten aan bij de Vrijstaat Kongo. Aangeworven als kapitein-commandant bij de FP vertrekt hij op 2 oktober 1902 en komt een twintigtal dagen later in Kongo. Het opperbevel stelt hem aan in het district Uele.

Hij vertrekt op 30 oktober  en bereikt de enclave van Lado op het ogenblik dat de expedities Royaux en Lemaire trachten nieuwe gebieden bij te Vrijstaat te annexeren. Baron de Renette de Villers Perwin, districthoofd, stuurt em naar Yei en daarna naar Dufile waar hij overlijdt ten gevolge van hematurie slechts na één jaar in Afrika te zijn.

Opmerking

Velen sterven volgens de biografieën ten gevolge van hematurie. Dit is op zich geen ziekte maar een gevolg van ziekten. Hematurie betekent bloed in de urine. Meestal is dit het gevolg van malaria of bilharziose. De eerste overgebracht door muggen terwijl het tweede een wormpje is dat in stilstaande waters leeft en zijn larven in wondjes legt wanneer iemand zich daarin gaat baten of gewoon doorloopt. Na WO I komen pas degelijke preventieve medicamenten op de markt.

De Schietere Leonce

Officier van de Force Publique, geboren in Gent op 1 november 1873, overleden in Leopoldstad  op 13 oktober 1896, zoon van Charles en Giet Sylvie.

Reserve onderluitenant van het 1ste Linie waar hij dienst nam als vrijwilliger op 19 juni 1890. Leonce De Schietere solliciteert na zijn diensttijd als kader bij de FP. Hij wordt aanvaard en scheept in op 6 april 1896 in Antwerpen. In Afrika aangekomen op 1 mei verneemt hij zijn affectatie voor het Evenaarsdistrict.  Tien dagen later vertrekt hij uit Boma, en na de karavaanroute gevolgd te hebben vaart hij de Kongostroom op naar Coquilhatville waar hij op 1 juli aankomt.

 Onderweg heeft het dodelijk klimaat al toegeslaan. De districtcommissaris stuurt hem naar Bofidji waar hij de post moet installeren zonder de autoriteit van de Staat te negligeren. Reeds vermoeid door de koorts krijgt hij daarbij dysenterie en is verplicht door de dokter om op 19 september terug naar Boma te gaan om zich te laten verzorgen. De Schietere zal er zelf niet meer geraken en overlijdt onderweg in Leopoldstad. Hij was amper 23 jaar oud.

 

De Smedt Jean Baptiste

Geboren in Gent (of Anderlecht) op 19 december 1853 en gesneuveld in de voorpost van Riba-Riba op 15 mei 1892.

Gewezen clairon van het 13de Linie. Na 5 jaar in de Verenigde Staten van Amerika te hebben doorgebracht treed hij in dienst van de Vrijstaat  voor de duur van drie jaar van 23 oktober 1887 tot 8 oktober 1890 in de Bas-Congo.

Terug in Europa verneemt hij de oprichting van de expeditie Hodister en solliciteert voor een plaats. Op 17 oktober 1891 vertrekt hij opnieuw naar Afrika en vergezelt  Hodister bij zijn tocht naar Riba-Riba. Hij sneuvelt er aan zijn zijde vermoordt door de Arabieren op 15 mei 1892.

Opmerkingen

Over de geboorteplaats van deze man is er twijfel. De ene biografie vermeld Gent, de andere Anderlecht. Opzoekingen gaven geen resultaten… Indien Anderlecht de geboorteplaats is dan staat hij onterecht op dit monument.

Mussche een andere Gentenaar zou ook deelnemen aan de expeditie maar stierf aan koorts enkele dagen hiervoor. Zie biografie Mussche Alphonse.

De Witte Henri Clement

Geboren in Gent op 27 november 1878 in de Vrouwstraat(?) als zoon van François en Ida Dhaene. Hij deed studies het 3de jaar Wetenschappen en werkte eerst als bediende bij de schrijnwerkerij Lubliner in Gent. Op 2 juli 1896 neemt hij dienst bij het 9de Linieregiment.

Van maart 1900 tot februari 1903 is hij verbonden aan het “Sécrétariat Général” als bediende 2de klasse in Matadi. Na een kort verblijf in België vertrekt opnieuw in mei 1903 als “Sous-Intendant” naar het district van Aruwimi. Maar hij overlijdt op 20 juli 1904 in Basoko ten gevolge van typhoïde koorts.

Donckier de Donceel

 

Geboren in ledeberg op 18 juli 1871 overlijdt hij in Andemobe op 26 juli 1898 ten gevolge van koortsen.

Kwartiermeester bij het 2de Lanciers.

Vertrekt op 6 september 1893 naar Kongo als onderofficier bij de FP. Hetzelfde jaar bereikt bij het dorp Liffi tussen Katuaka en Dem Zibber. Hij verslaat er in 1894 samen met Colmant een bende mahdisten. Hierna vervoegt hij opnieuw de basis op de Bomu oostelijke grens van de Vrijstaat volgens de conventie van 14 augustus 1894.

Op 28 september 1896 keert hij terug naar Europa maar komt terug naar Afrika in 1897 als luitenant van de FP.  Hij bereikt de Semliki via het oosten en krijgt van luitenant Henri het bevel om van Mawambi naar Tamara te gaan om de expeditie te vervoegen dat naar Redjaf stapt. Hij vertrekt met Kimpe maar overlijdt in Andemobe.

Zie ook Lebègue

Dooms Auguste

Geboren in Gent op 17 december 1879 en overleden in Bali (Leopold II –meer) op 2 mei 1904.

Dooms eindigt zijn middelbare studies in 1896 en neemt dienst bij het 5de Linie regiment. Twee jaar later is hij al sergeant. Als elite scherpschutter krijgt hij de grote prijs van het regiment. Begin 1901 wordt hij aanvaardt bij de FP en scheept hij in op 16 januari in Antwerpen. Bij zijn aankomst op 5 februari krijgt hij het district van het Leopold II –meer toegewezen en vertrekt uit Boma de 20ste om naar Kutu te gaan. Op 1 februari 1902 wordt hij eerste onderofficier en neemt het commando van de post Bongo.

Op zending naar Bali kan hij ondanks de nakende nacht niet weerstaan om op een aantal nijlpaarden te schieten. Hij doodt er één van maar een andere wordt wild en breekt de prauw. Dooms wordt door het beest verslonden. Zijn boys kunnen niets doen om hem te helpen maar kunnen ontsnappen.

Hij zou op 5 februari terug naar België keren met de Ster van dienst en zijn verhoging tot militair agent wachtte op hem de dag van zijn overlijden.

 

Dua Arthur Achilles

 

Arthur , zoon van Pierre en van Clémende Spruyt is geboren in Gent op 2 december 1874 en overleed in Lusambo op 21 september 1898.

Op 18 maart 1892 neemt hij dienst bij het 2de Linie regiment waar hij weldra tot korporaal wordt benoemd. Op 13 augustus wordt hij sergeant en zijn kwaliteiten als instructeur samen met zijn energiek karakter zorgen ervoor dat hij naar een disciplinair korps wordt verwezen. In maart 1896 vraagt hij toelating om naar Kongo te vertrekken. Hij vertrekt uit Antwerpen op 6 april 1896 om Boma te bereiken begin mei.  Hij wordt naar Lualaba-Kasai gestuurd waar de Europese inbreng, indien ze iets vreedzamer zou ingevoerd worden dan in andere regio, toch van de vertegenwoordigers van de nieuwe autoriteit iets meer handigheid en diplomatie vragen. In Lusambo wordt Dua gepromoveerd tot 1ste sergeant op 1 juli 1897 en tot adjudant op 1 maart 1898. Twee maand later is hij onderluitenant bij de FP maar weldra overvallen door koorts bezwijkt hij hetzelfde jaar.

 

Goetgeluck Jules Charles

 

Zoon van Julien en Adèle Van Loo. Geboren in Gent op 12 april 1867. Nam dienst bij de 2 Lanciers op 28 september 1887, werd brigadier op 5 mei 1888 en kwartiermeester op  31 decemeber 1892. In Op 6 april 1894 vertrok hij uit Antwerpen met de SS Coomassie naar Afrika. Hij overleed in Coquilhatstad (Mbandaka ) op 17 december 1894 als Onderoffiecier bij de FP, ten gevolge van koorts met albuminurie.

 

Goethals Ludovic Noël

 

Geboren in Gent op 25 december 1873,

Hij verlaat België op 6 juni 1894 om als landbouwdeskundige te werken in Nouvelle Anvers, nu Mankanza. Hij overlijdt aan hematurie op 4 april 1896.

Opmerking:

In de jaren 1880-1900 was de streek gekend omwille van de oogst van rubber uit lianen. Deze groeiden in moerassige streken wat de arbeid enorm lastig maakt. Veel slachtoffers stierven aan malaria en bhilardiose en uiteraard aan slavenpraktijken.

 

Gondry Henri

 

Op 9 februari 1845 in Gent geboren en overleden in Boma op 18 mei 1889.

Ingenieur bij Bruggen en Wegen, administratief directeur bij de spoorwegen van de Belgische Staat.

 

Benoemd tot staatsinspecteur scheept hij in op 6 januari 1889 naar Kongo. Gondry is de eerste hogere functionaris van de Belgische Administratie die naar Kongo gaat.

Hij is belast met de leiding te nemen van de staatszaken over te nemen van de ontslagnemende vicegouverneur Ledeganck.

 

Vanaf zijn aankomst in Boma zal de nieuwe inspecteur met hart en ziel de moeilijke taak opnemen voor de organisatie politiek en administratief van de nieuwe staat.

Door een grootse Koninklijke gedachte gedreven vertelt Gondry zijn eerste indrukken in een reeks brieven vol enthousiasme geprent.

Hij sterft echter op 18 mei 1889, slachtoffer van zijn werkijver.

 

Greasley Georges Benoit

 

Geboren in Gent op 15 februari 1860 en overleden in Boma op 22 mei 1886. Zoon van Guillaume en Antoinette de Casier.

 

Op 15 jarige leeftijd neemt hij dienst bij het 13de Linie tot 31 maart 1884. Hij verlaat het leger als sergeant-majoor en wordt expert boekhouder in Brussel. Het jaar daarop wordt hij boekhouder van het huis Devroye et Cie. Voorzien van mooie certificaten stelt hij zich voor vij de autoriteiten van de Vrijstaat in Brussel. Aangeworven voor een term van 3 jaar, als agent van de administratie, scheept hij in op 15 februari 1886 in Amsterdam op de Afrikaan. Hij bereikt Banana op 13 maart. De 22ste komt hij bij de gouverneur-generaal in Vivi en wordt naar Isangila gestuurd om de transportdiensten te verzorgen. Een maand later komt hij terug in Boma met koorts en rheuma. Hij is op weg naar een gezondere toestand als hij dysenterie krijgt en sterft op 22 mei.

 

Huysman  Alfred

Geboren in Gent op 12 juni 1873 en overleden in de missie van Sint Antonius in Lusambo op 17 maart 1905.

Opgenomen in de congregatie van Scheut in 1892 wordt hij priester op 25 juli 1898. Hij vertrekt naar Kongo de volgende 6 september. Na een verblijf in Maria-ten-berge wordt hij in 1899 naar de missies in Kasai gestuurd.

In Kanda Kanda zijnde in 1900, organiseert hij de verdediging van de missie tegen de Kioko.

In 1905 krijgt hij opdracht om de missie Sint Antonius te stichten in Lusambo. Hij wordt plots gegrepen door een hematurische koorts dat hem doodt op slechts 3 dagen.

 

Kimpe Oscar

Geboren in Ledeberg op 24 juli 1881 en vermoord in Djabir op 8 september. Zoon van Henri en Clémence Dernant.

Sergeant bij het 4de Linie waar hij dienst nam in februari 1899, solliciteert hij bij de FP in de Vrijstaat Kongo. Hij scheept in op 27 maart 1902 in Antwerpen en bereikt Boma op 14 april. Hij was nog maar pas in Bumba toen hij geweldige koortsen kreeg en verplicht werd om naar Leopoldstad terug te keren voor verzorging.

Nadat hij het bevel gekregen had om na zijn herstel naar Djabir vond hij er een tragische dood. Op 8 september toen hij naar gewoonte appel hield van het garnizoen sprong een zwarte met een mes op hem. Het was een ontsnapte gevangene die zijn wraak wou nemen op de eerstkomende blanke. Door verschillende messteken gewond overleed hij enkele uren later.

Lanckman Desiderus Fernandus

Zoon van François en Jeanne Caluwaerts wonende Kortrijksepoortstraat. Op 24 januari 1871 in Gent geboren. Werkte eerst 4 jaar bij zijn ouders die een bedrijfje hadden voor deurbellen, telegraaf en telefoon. Nadien monteur elektricien bij M. Wansele.

Na een stage bij de Cie des Télégraphiste de Campagne du Génie vertrekt hij op 1 december 1900 uit Antwerpen naar Boma waar hij 30 december aankomt. Hij wordt aangeduid om de lijn Leo-Evenaar te beheren maar op weg naar zijn post overlijdt hij te aan boord ter hoogte van post nr 6 stroomopwaarts van de Scierie du Chenal op 12 februari 1901. Hij was dus nauwelijks 6 weken in Afrika…

Langerock Albert

In Gent geboren op 19 november 1873 en gesneuveld in Gandu op 18 mei 1895.

Wachtmeester bij het 6de Artillerie regiment waar hij dienst nam op 8 september 1891, vertrekt hij voor Afrika op 6 april 1894 om de FP te vervoegen. In Boma wordt hij aangeduid voor de Arabische zone. Hij komt toe in Wadundu op 19 juli 1894 om verder te gaan naar Nyangwe. Daar bevond hij zich in juli 1895 als de opstand begon van de Batetela soldaten in Luluaburg. Nadat deze de post geplunderd hadden en Peltzer hadden gedood, gingen ze naar Kabinda waar ze Bollen vermoordden en zich in Gandu installeerden, hun land van oorsprong. Augustin die de Europese post leidde vroeg hulp aan Nyangwe waar Lothaire onmiddellijk Francken, Langerock en Lallemand samen met 200 soldaten ter hulp stuurde. Van zijn kant ging Lothaire naar Kasongo om Doorne te verwittigen. Deze stond 167 van zijn beste soldaten af om met Sandrart en De Corte onder leiding van Lothaire naar Gandu te trekken. Onderweg kwamen ze De Saegher tegen met het verschrikkelijk nieuws: op 18 augustus werden Augustin, Francken en Langerock gedood evenals menige soldaten. Lallemand kon zich verbergen en ontkomen. Gandu werd geplunderd.

Lothaire in zijn rapport aan de gouverneur-generaal bracht een denderende hulde aan de moed van de 3 helden. Zijn tocht versnellende kwam Lothaire vlug in Gandu en overwon de opstandelingen.

Latour Arthur Albert

Geboren op 10 juli 1883, zoon van Désiré en Philomine Houwen wonende rue du Bouclier (Blazoenstraat) 3 in Gent. Hij neemt dienst bij de 2de Jagers te Voet op 27 juli 1899 en wordt sergeant op 12 maart 1904. In 1905 tekent hij een contract voor 3 jaar als onder officier bij de Force Publique en vertrekt op 30 november met SS Philippeville uit Antwerpen naar Boma.

Tot 12 september 1906 is hij in dienst bij de Cie du Bas-Congo in Matadi. Maar hij overlijdt op 11 december 1907 in Kingoi ten gevolge van dysenterie.

Lebègue Arthur Eloi Victor

Geboren in Ledeberg op 29 januari 1872 als zoon van Victor en en Virgine Marain.

Aangeworven bij de Carabiniers op 17 oktober 1888 besluit hij begin 1894 om dienst te nemen bij de Vrijstaat Kongo. Hij vertrekt als onderofficier op 1 februari bij de FP. Eenmaal aangekomen wordt hij naar Makua gewezen om deel te nemen aan de expeditie Fiévez-Walkhouzen-Donckier de Donceel dat naar Bahr el Ghazal vertrekt. Lebègue bereikt Semio op 20 augustus 1894 samen met Sérion. Fiévez duidt hem onmiddellijk aan om een post te creëren in het zuiden van Ombangu, teneinde Madjina te ontruimen gezien de onzekere situatie in Borou en Adda door de constante aanvallen van Mahdisten. Wanneer Colmant Semio bereikt een maand later wordt Lebègue diens adjunct samen met Lespagnard.  Uit Semio vertrokken de 16 oktober, zijn ze de 20ste in Bakari en dan in Rabeh waar een koerier van Delanghe hen instructies geeft om naar het Noorden te vertrekken.

Met een honderdtal mannen moesten Colmant, Lebègue en Lespagnard de Biri bereiken en in Bibi Lebègue achterlaten met 15 soldaten en goederen om ruilhandel te voeren met de Nzengué terwijl Colmant en Lespagnard naar Morjane verder trokken. Maar ze vernamen dat Bibi aangevallen werd door de inlandse leider Mimmibome die voordien soldaten had vermoord. Zij keren terug en vinden het kamp in ruïne. Ze nemen opnieuw de richting Morjane en vinden Walhousen en Donckier net op tijd om de madhisten tegen te houden.

Maar het nieuws bereikt hen van de Frans-Kongolese overeenkomst van 14 augustus 1894. Bijgevolg moeten ze kampen verlaten ten voordele van de Fransen. Colmant keert terug naar Bibi om daar te vernemen dat deze post ook moet verlaten om naar Bakari te trekken. Lebègue neemt de voorhoede, de rst volgt.

Op 7 februari 1895 wordt hij postoverste van Gufuru en daarna van Rua. Op 15 september wordt hij eerste sergeant benoemd. Door koorts aangevallen sterft hij in Djabir op 15 mei 1896.

Lefebure Ludovicus

Geboren in Gent volgens akte 1819 van het jaar 1878 en als werknemer in een hotel overleden in Matadi op 25 maart 1894 amper 16 jaar oud.

Loose V A

Overleden in Boma op 21 januari 1891 als bediende….

Loys  Leon Bernard

Geboren in Gent op 17 juni 1883 overlijdt hij in Biondo bij Ponthiersville op 23 april 1908.

Hij was, vooraleer naar de Koninklijke Militaire School (KMS) te gaan, onderofficier bij het 2de Linie. Hij wordt in de KMS op 17 december 1902 ingelijfd als beursstudent in de 53ste promotie Infanterie-Cavalerie.

Op het ingangsexamen was hij 8ste op 45. Hij promoveerde in 1904 als 4de op 46. Op 27 december 1904 wordt hij onderluitenant bij het 1ste Linie.

Op 7 dec 1906 wordt hij voorlopig gedetacheerd aan het Militair Cartografisch Instituut (MCI) het latere Nationaal Cartografisch Instituut. Daar de Vrijstaat Kongo een persoonlijk eigendom was van Leopold II, konden Belgische militairen daar geen dienst doen. Daarom werden de goede elementen uit het leger aan het MCI gedetacheerd om in Afrika zogezegd cartografisch werk te doen. Bij hun terugkomst in België konden ze hun functie bij het leger opnieuw opnemen. In Afrika werden ze lid van de Force Publique (FP). Léon vertrok op 28 maart 1907 naar Kongo, vanuit Antwerpen naar Matadi. Na drie weken varen nam hij daar de trein naar Leopoldstad (Kinshasa) waar hij de steamer nam naar Stanleystad (Kisangani), een tocht van 1.500km. Zijn eindbestemming was Ponthierville. Helaas keerde Léon nooit meer terug. Hij overleed op 23 april 1908 in Biondo, op een 30-tal km ten westen van Ponthierville

Opmerking:

Daar de Vrijstaat Kongo in principe geen banden had met België konden Belgische militairen er niet officieel in dienst zijn. Men detacheerden ze dan voor onbepaalde tijd naar het Militair Geografisch Instituut (later Nationaal Geografisch Instituut) en gingen dan zogezegd geologische metingen doen in Afrika.

Mussche Alphonse

In Gent geboren op 2 februari 1865 en overleden op 10 mei 1892.

Studeert natuurwetenschappen en in perfect op de hoogte van de verschillende landbouwgewassen onder de tropen. Hij wordt aangeduid als handelsafgevaardigde in Katanga om deel te nemen aan de Hodister-expeditie. Samen met De Wèvre installeert hij zich in de post van Yanga op 27 maart 1892.

Hij overlijdt er aan koorts de 10de mei daarop.

Opmerking:

De expeditie Majoor Hodister had als doel een handelspost op te richten ten zuiden van Stanley-Falls op de rivier Lomani . Overtuigt dat de Arabieren hen zouden gerust laten vertrokken ze zonder argwaan. Maar ondertussen had de expeditie Van De Kerkhovein het Noorden de Arabieren verboden om nog verder aan ivoorhandel te doen. Hierdoor reageerden deze door 7 van 13 blanken van  de groep Hodister te vermoorden. De anderen konden ontsnappen en terugkeren. De lichamen werden onthoofd en in de rivier gegooid.

Pardoen Armand Jules

Zoon van Louis en Maria De Cnijf, geboren in Gent op 22 juli 1872.

Armand Pardoen werd op 6 augustus 1895 aangeworden door de Onafhankelijke Congostaat in de hoedanigheid van klerk 2de klasse en werd aangewezen voor het district Bangala. Op 6 oktober 1895 was hij in Nieuw-Antwerpen. Daarna verhuist hij naar Umangi en Mangala.

Hij overlijdt in Matadi op 27 november 1895 ten gevolge van tropische koorts.

Puls Edgard Paul

Zoon van Henri-Eugène en Anna Vaerzele wordt Edgard geboren in Gent op 9 februari 1866.

Aanvaard op de Militaire School op 5 mei 1884, was Puls luitenant bij het 3de Linieregiment toen hij dienst nam op 2 januari 1894 bij de Vrijstaat. Hj werd toegewezen naar Ndoruma. Op 3 juli kwam hij in Selio ziek aan, herstelt en neemt zijn dienst. Ten gevolge van het Frans-Kongelees akkoord moet hij de post van Ndoruma vrijmaken en zich terugtrekken naar Mopole, daarna deze vrijmaken om naar Dungu te gaan. In januari 1895 stuurt hij Van Holsbeek, met enkele begeleiders en dragers om Janssens te helpen Ndoruma te verlaten. Het is echter tijdens deze terugtrekking dat de colonne Van Holsbeek-Janssens vermoord wordt in januari 1895.

Moreel en fysisch ondermijnt door deze evenementen sterft Puls aan bilieuse koorts op 19 april. Hij had zelf niet de laatste post van Bomu niet kunnen vrijmaken.

Roels Oscar François

Zoon van Remi en Brant Emilie, wonende op de Vrijdagsmarkt, wordt Oscar geboren in Gent op 7 juni 1879. Volgens zijn dossier nr 3430 in het Afrikaans Archief bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken is zijn erfgenaam Charles Berbiers wonende Rietstraat 34 in Gent.

Hij neemt dienst bij het 1ste Linie regiment op 16 juni 1894 en wordt sergeant op 1 augustus 1899. Het is ook met deze graad dat hij 1 augustus 1900 overstapt naar de Force Publique en met de SS Bruxellesville naar Kongo vertrekt. Een maand later vertrekt hij uit Boma naar de enclave van Lado.

Op 26 maart 1901 overlijdt hij aan longziekte in Kero

Simon Hector

Geboren in Gentbrugge op 2 maart 1874 als zoon van Caroline Simon, vader onbekend, wonende in de Sasstraat 7.

Hij neemt dienst bij het 2de Linie regiment van 24 juli 1890 tot 30 september 1898. Op  6 januari 1899 vertrekt hij aan boord van Leopoldville naar Bomawaar hij op 1 februari aankomt in de functie van bediende 2de klasse. Bij krijgt opdracht om naar het Uélé gebied te gaan maar overlijdt aan boord van de SS Brabant ter hoogte van Ikengo in de Evenaarsprovincie.

Slimbroeck Léon Louis

Léon Slimbroeck is geboren in Gent op 28 september 1877 en overlijdt in Libenge op 14 november 1903.

Neemt als vrijwilliger dienst bij het regiment carabiniers in 1892, wordt benoemd tot sergeant in 1986 en vertrekt als eerste sergeant bij de Force Publique op 6 oktober 1898.

Aangewezen voor het district van Ubangi wordt hij onderluitenant in 1900 en beveelt hij post van Imese.

Terug in België wordt hij vereerd met de “Ster van Dienst” in november 1901 en keert terug naar om opnieuw de leiding te nemen van het kamp van Imese. Bevordert tot luitenant slaat de dood toe in zijn volle activiteit.

Tagon Julien Auguste

Geboren in Gent op 4 december 1871 en overleden in Mwonga op 14 februari 1897.

Eerste sergeant bij het 3de Linieregiment.

Vertrokken op 6 september 1895 als sergeant bij de Force Publique wordt hij aangewezen voor het kamp van Kabambare, daarna voor de expeditie van Haut-Ituri. Wordt 1ste sergeant op 25 mei 1896.

Hij vervoegt samen met 68 Tanganikanen de voorhoede van generaal Leroi in Andemobe op 4 januari 1897. Aan het hoofd van de 2de cie van het 1ste bataljon volgt hij Leroi tot aan de oevers van de Obi. De soldaten van Tagon en Andrianne geven het signaal van de opstand van de voorhoede.

De 2 leiders die zich pas hadden teruggetrokken in hun tenten worden op 14 februari 1897 vermoord.

Tagon was het eerste slachtoffer van een verschrikkelijk drama dat slechts ten koste van grote offers zal onderdrukt worden.

 

 

Tertzweil Charles Marie

Geboren in Gent als zoon van Ernest en Julie Marie Pickaert op 6 juli 1877. Zijn oom was Leo Tertzweil (1850-1920) industrieel, magistraat; gemeenteraadslid van Gentbrugge. Hij studeerde boekhouding aan de Universiteit van Manchester en begon als boekhouder bij A. Selis, expediteur in Gent.

Hij vertrok voor een eerste term van 3 jaar op 6 februari 1898 als bediende 2de klasse en verdiende 1500 Bf. Hij wordt gemeld op verschillende plaatsen nl Popokabaka, Kimzamba, Tumba Many en Muene. Anderhalf jaar later op 1 augustus  wordt hij bediende 1ste klasse met een loon van 2100 Bf. Hij keert teug naar België en vertrekt opnieuw op 6 juni 1901 als “Sous-Intendant” voor een tweede term ditmaal met een wedde van 2400 Bf. Hij gaat naar Kivangu en Tumba.

Ten gevolge van koorts overlijdt hij op 14 februari in de nabijheid van de Chutes François Joseph.

Van Bouchaute LF

Geboren in Gent op 22 augustus1871. Zoon van Camille en Stephanie Picavet.

Na het beëindigen van middelbare studies neemt hij dienst bij het 3de Linie. In 1893 wordt hij sergeant benoemd bij de tucht- en verbeteringscompagnie. In die hoedanigheid scheept hij op 6 juli 1897 te Antwerpen met bestemming Boma. Enkele dagen na zijn aankomst wordt hij naar de streek van de Evenaar aangewezen. Daar wordt hij als adjunct van de postoverste te Bolondo aangesteld. Daarna vinden we hem terug in Iboko en Bola-Lundzi.

Hij overlijdt op 30 december 1898 te Coquilhatstad ingevolge dysenterie.

Van Canegem Georges

Geboren op 22 januari 1883 in Gent als zoon van Pierre Henri en Therese Marie Ryckaert.

Hij was beëdigd landmeter bij het kadaster op 27 februari 1907. Het is ook in deze functie dat naar Kongo vertrekt aan boord van SS Leopoldville op 7 maart 1907 vanuit Antwerpen. Een jaar later overlijdt hij in Gombe op 9 april 1908.

Van den Bossche Achille François

Als zoon van Léon-Hippolyte en van Constance Van Poucke wordt Achille geboren in Gent op 6 februari 1876.

In november 1896 neemt hij dienst als bediende 2de klasse bij de “Société Anversoise du Commerce”. Hij vertrekt op 6 november uit Antwerpen, via Boma en Nouvelle-Anvers, komt hij in Likimi aan op 15 februari. Hij oefent er 2 functies uit, enerzijds beheerder van de privé firma en anderzijds postoverste voor de staat.

De regio is bewoond door krijgszuchtige stammen zoals de Budjes en de Banzas. Met een vijftiental soldaten en een vijftigtal werklieden begint Van Den Bossche de streek te pacificeren teneinde de rubberoogst te verhogen naast dat van koffie, cacao en tabak voor rekening van de firma.

Dit gaat niet zonder stoten en vraagt regelmatige palavers. Nadat 3 agenten van de firma overleden zijn aan malaria neemt hij de leiding van de post Businga over en wordt bediende 1ste klasse op 31 januari 1898. In maart, samen met 50 soldaten en 300 plaatselijke krijgers zet hij een strafexpeditie op touw tegen Mokabe en moet een post ontzetten waar twee blanken L. Liebrechts en G Devadder vermoord werden op 20 oktober 1895.

In oktober 1898 is gans de regio in opstand en commandant Lothaire, ondertussen administrator van de Société Anversoise geworden, richt een expeditie op tegen Dundu-Suna waar Ceulemans en Kessels vermoord zijn p op 14 oktober 1898. Van den Bossche, die zich liet opvallen door zijn heldhaftigheid tijdens deze actie, wordt onder-intendent 3de klasse benoemd op 1 januari 1899.

Men wijst hem de post van N’Gali op de Motima toe dat hij gedurende 3 maand organiseert. Hij komt terug naar Antwerpen op 18 juli 1899 na een term van 3 jaar.

In maart 1900 keert hij terug naar Afrika om zijn post te hernemen. Maar de situatie verloederd en een algemene opstand isoleert hem van zijn oversten. Zijn laatste bericht naar commandant Duvivier begin juni vraagt om geen koeriers meer naar N’Gali te sturen want de inlanders zouden ze onderweg vermoorden.

Ten prooi van inlandse aanvallen, slecht gevoed en slecht verzorgt sterft Van den Bossche aan hematurie op 18 juni 1900 terwijl dezelfde avond de districtscommissaris aankomt met versterking om hem te helpen.

Opmerking:

Dit is één van de weinige biografieën waaruit men kan afleiden dat er geweld gebruikt is tegenover de inlandse bevolking in het kader van de handel. De biografie dateert dan ook van een later tijdstip nl. 1966.

Van den Heuvel Georges Marie

Geboren in Gent op 24 januari 1870 als zoon van Ferdinand en Hortense Van Daele.

Na tuinbouwstudies gedaan te hebben in Vilvoorde richtte Georges Van Den Heuvel zijn carrière naar Guatemala. Gedurende zes jaar was hij consul voor België in Coban terwijl hij een plantatie beheerde in Ynupal.

Op 21 april 1900 vertrok hij naar Kongo als agronoom naar de Evenaarsdistrict. In deze hoedanigheid lag hij aan de basis van de botanische tuin van Eala. De dood onderbrak plotseling zijn carrière op 1 juli 1901.

Van der Straten (Baron) HL,

Geboren in Gent op 26 januari 1870 en overleden in het kamp van “La Romée” op 20 september 1896.

Kwartiermeester bij het 1ste regiment Lanciers. Hij vertrekt als onder-luitenant van de Force Publique op 8 april 1896. Hij maakt deel uit van de expeditie Dhanis en neemt deel aan de eerste operaties in de strijd tegen de Arabieren.

Vanderstuyf  Arthur Franciscus

Zoon van François en Emma Eggermont, wonende in de Karperstraat 97 in Gent. Geboren op 16 december 1878. Neemt dienst in 1898 bij het 5de Regiment Artillerie en wordt kwartiermeester op 30 juli 1900.

Wordt aangeworven als bediende 2de klas op 10 oktober 1901 en vertrekt aan boord van de SS Stanleyville naar Boma waar hij op 29 oktober aankomt. Enkele dagen later wordt hij aangeduid voor de Oostprovincie. Op reis naar zijn post verdrinkt hij in Bumba op 16 december 1901. Hij was dus nauwelijks 6 weken in Afrika.

Zijn naam staat op het monument als Vanderstuyft, dus met een extra T.

Van de Velde Lieven Jean

Geboren in Ledeberg op 1december 1850 en overleden in Leopoldstad in 1888.

Luitenant bij het 8ste regiment infanterie. Vertrekt in 1881 vanuit Southampton naar Afrika met aan boord een in elkaar te steken “steamer” waarmee hij de Kongostroom moet verkennen. Onderweg neemt hij een 200-tal Zanzibarieten aan boord om de onderdelen over de watervallen tussen Vivi (Matadi) en Leopoldstad te brengen.

Zwaar aangedaan door het overlijden van zijn broer Josef richt hij eerst een lazaret op om zijn dragers te verzorgen die getroffen zijn door pokken. Stanley geeft hem daarna opdracht om de weg te openen tussen beide steden. Onderweg worden allerhande vredesakkoorden gesloten met lokale stammen.

Ziek komt hij in 1885 een eerste maal naar huis samen de zoon van een stamhoofd, Sakala. Hij geeft in België een reeks conferenties over zijn werk. Twee jaar later vertrekt hij opnieuw naar Afrika waar hij echter op 7 februari 1988 aan ziekte overlijdt.

Van de Velde was toen kapitein, tweede in bevel van het 4de linie regiment en mag beschouwd worden als de man die de eerste weg aanlegde tussen de zee en het binnenland.

 

Sakala (Banza Vivi 1874 - ?), zoon van de koning van Vivi en eerste zwarte student inBelgië; door de Gentse ontdekkingsreiziger Lieven Van de Velde (1850-1888) uit Kongo meegebracht; volgt les in de Rijksschool van de Ledeganckstraat, o.m. bij Alfons Van Werveke; fotograaf Edmond Sacré maakt zijn portretfoto en krijgt een dankwoordje dd. 20 oktober 1887; ook kunstschilder Gustave Van Aise schildert Sakala samen met het nichtje van Lieven Van de Velde; na 18 maanden keert hij met Van de Velde naar Kongo terug; na diens dood op 7 februari 1888 wordt hij aan zijn lot overgelaten:“le pauvre Sakala fut livré à luimême et on l’empêcha de revenir à Gand. Il finit tristement”; de familie Van de Velde ontvangt nog één brief; Sakala is afgebeeld op het monument voor de gebroeders Van de Velde in het Citadelpark, beter bekend als “’t Moorke”.

Van de Velde Joseph Paul

Geboren in Gent op 5 januari 1855 en overleden in Gangila (bij Vivi) op 22 mei 1882.

Als vrijwilliger opgenomen bij het 2de regiment infanterie behaalt hij de graad van onderofficier en wordt aanvaard in de Militaire School waar hij 5 jaar later de graad van artillerieofficier behaalt. Hij wordt door de koning in dienst genomen om Stanley te helpen bij de uitbouw van een scheepswerf op de Stanley-pool (Leopoldstad). Daarom volgt hij nog gedurende een jaar praktische lessen bij de “Genie Maritime” om mechanica en scheepsbouw te leren. Naast deze opdracht moet hij ook de Kongostroom bestuderen om de scheepvaart te leiden.

Op 18 januari 1882 vertrekt hij naar Kongo om zijn broer Lieven te vervoegen. Samen met hem en Nilis ontzetten ze eerst een missiepost en gaan verder naar Leopoldstad. Daar wordt hij ziek en naar de kust teruggestuurd om te herstellen. De reis verloopt in een hangmat en in zicht van Vivi de basispost overlijdt hij amper 4 maanden na zijn aankomst.

Van Herrewege Achille Alphonse

Geboren in de Statiestraat in Gent op 15 maart 1878 als zoon van Frans, herbergier, en Nathalie Goetgebeur.

Van Melle Jean Baptiste

Zoon van Charles en Pauline Destanberg wonende in de Volderstraat 4 in Gent, waar hij het licht zag op 4 december 1885.

Op 2 februari 1902 neemt hij dienst bij het 1ste regiment Artillerie en wordt er brigadier op 10 januari 1903. Vier jaar later vertrekt hij als bediende 2de klasse naar Kongo met de SS Leopoldville op 7 maart 1907. In Boma krijgt hij opdracht om naar Maringa-Lopori te gaan maar op 20 mei 1907 overlijdt hij aan koorts in Lireko.  Zijn verblijf op Afrikaanse grond was dus heel kort.

Van Veerdeghem Hippolyte

Belasting verificateur geboren in Gent op 8 november 1867 en overleden in Irebu op 13 mei 1896.

Na met onderscheiding zijn kandidaturen beëindigd te hebben in de wetenschappen aan de universiteit van Luik, stopt Van Veerdeghem zijn studies om bij de directe belastingen te gaan werken. In maart 1894 biedt hij zijn diensten aan de Vrijstaat Kongo waar hij aanvaardt wordt als 1ste klerk. Rekening houdende met zijn bijzondere administratieve kennis zal de Regering hem naar de dienst financiën overzetten als belastingsverificateur in Boma. Daarna zal hij opeenvolgend verblijven in Banana, Stanley-Pool, Kwamouth en ten slotte begin 1896 naar Irebu waar hij ten gevolge van dysenterie sterft.

 

Welsch Alfred Jean

Geboren in Gent op 15 januari 1875 als zoon van Jacques en Mari Staffijn en overleden in het kamp van Uere op 21februari 1899.

Na het middelbare aan het Atheneum van Mons te hebben gedaan start Welsch als opzichter in een privézaak in Merelbeke. Na 2 jaar wordt hij er bediende. Aangetrokken door Afrika, doet hij zijn aanvraag voor de Vrijstaat Kongo. Aanvaard om een stage te doen bij Financiën en Buitenlandse Zaken verlaat hij België op 6 oktober 1897 met de graad van bediende 2de klasse. Hij wordt naar Uere gestuurd waar Chaltin steeds meer mankrachten vraagt om zijn pacificatie tot een goed einde te brengen. Hij komt er in januari 1898 aan. Op 15 november 1898 wordt hij bediende 1ste klasse maar heeft dan al last van hematurische koorts. Enkele maanden later sterft hij aan deze ziekte na een kort verblijf van één jaar en 4 maanden.

 

Wolters  Max

Max Wolters wordt in Gent geboren op 15 juli 1867 en overlijdt op 23 april 1903 in de kuststad Moanda.

Zoon van M Wolters- de la Kethulle, gewezen rector en inspecteur-administrateur van de Gentse Universiteit, doorloopt hij de humaniora in Sint Barbara om daarna in oktober 1887 het noviciaat van Scheut aan te vangen. Hij wordt priester op 3 april 1892 en vertrekt datzelfde jaar naar Afrika.

Wolters doet zijn apostolaat in Nouvelle-Anvers en is daarna aangestelt in Boma als pastoor. Later vergezelt hij monseigneur Van Ronslé op zijn pastorale tocht en bezoekt hij de missies in Luluaburg, Kasai, Sint Gabriels en de Falls. Hij verblijft in het camp van Lisela.

Terug in het vaderland na een verblijf van 8 jaar in Congo, keert hij op 25 april 1901 terug naar Afrika als overste van de missie Moanda-lez-Banana. Hij overlijdt plotseling aan hematurie.

Wtterwulghe Fernand

In Gent geboren op 16 december 1880en overleden in faradje op 8 november 1906.

Kwartiermeester bij het 1ste Gidsen. Vertrekt hij op 25 december 1902 naar Kongo als onderluitenant van de FP. Gekwetst aan de arm moet hij gedwongen terug naar België terugreizen voor enkele maanden.

Hij keert terug op 15 oktober1903 naar Afrika en wordt aangewezen voor het district Uele waar hij adjunct wordt van de postoverste van Dungu.

Op 25 mei 1905 neemt hij het commando van Faradje in Uele. Op weg naar Yeï bezoek hij het graf van zijn broer Georges, commisaris generaal, overleden in 1904. Onderweg begint hij de eerste symptonen van dysenterie te voelen. Na 14 dagen intense zorgen door Dr Borzini mag hij opnieuw de weg naar Faradje nemen. Eenmaal terug op zijn post overlijdt Wtterwulghe aan een hartkwaal ondanks de goeie zorgen van dr Grenade. Hij stond op het punt om luitenant te worden bij de FP.

 

Wtterwulghe Georges

Geboren op 24 december 1871 en overleden in Yeï op 8 mei 1904.

Na de militaire school wordt hij onderluitenant bij het 3de Linie op 26 maart 1892. Hij vertrekt naar Kongo op 6 maart 1892 als onderluitenant bij de FP en wordt aan de expeditie in Hoog-Uele toegevoegd onder leiding van Staatsinspecteur Le Marinel.

Daarna krijgt hij het commando van de plaats Mundu waar hij gedurende 5 dagen door de Derviches wordt aangevallen.

Hij keert op 14 mei 1896 terug naar Europa en als kapitein-commandant tweede klasse neemt hij opnieuw dienst bij de FP. Door zijn kennis van de plaatselijke bevolking slaagt hij erin Uele tot een welvarende zone te maken.

Na een kort verblijf in België is het als commissaris-generaal dat hij het gebied van Uele en Lado ad interim overneemt. Hij zou   commandant Lahaye opvolgen, die vermoord werd als hij plots sterft in Yeï op 8 mei 1904.

Georges Wtterwulghe was de broer van Fernand, overleden in 1906 en van Henri die eveneens in Uele verbleef.